Sluiten
Inloggen in Mybility
Inloggen

Mybility.nl

Collectief waar het kan, individueel waar het moet

Uit: Personenvervoer - Februari 2008 - Wim Faber

VWS wil het aantal pilots bundeling doelgroepenvervoer uitbreiden, sommige pilots die vastgelopen zijn, weer lostrekken en meerdere nieuwe pilots ondersteunen. Dat zei Tjebbe Ypma (VWS) op de tweede bijeenkomst (Optimaal vervoer II) van Kenniscentrum-ToDo (Toegankelijkheid en Doelgroepenvervoer/KpVV) op 15 januari in Utrecht. Ook ditmaal was vooral de fine fleur van de Nederlandse adviseurs en vervoers- en zorgambtenaren naar Utrecht afgezakt. Opvallend was de afwezigheid -in vergelijking met de bijeenkomst van vorig jaar juni - van de kleinschalige personenvervoerders. Zou dat de wat matte en routineuze sfeer kunnen verklaren? In het najaar komt de volgende bijeenkomst.

Ook Optimaal Vervoer II had dezelfde plezierige opzet als z’n voorganger: broodjeslunch en ontmoetingsmogelijkheid, vervolgens plenaire sessie en twee sessies met vier discussiegroepen, zodat iedereen er in totaal twee kon meepikken. Smaakmaker voor de plenaire sessie was een ronde tafelgesprek over lopende pilots bundeling doelgroepenvervoer tussen Rieke Horsman (Gemeente Apeldoorn), Ronald de Jong (AGV Movares) en Frank Buers van de provincie Gelderland. Zeker omdat in april de evaluatie van de pilots gereed moet zijn, gaf dit gesprek al een aantal indicaties over de te verwachten uitkomsten. Voor Apeldoorn was de situatie helder: daar werden voor de pilot een aantal WMO-gebruikers geselecteerd die een overstap konden maken op het reguliere OV. Apeldoorn heeft een goed stadsnet, wat sinds 2004 met toegankelijke stadsbussen wordt uitgevoerd. Horsman gaf aan dat Apeldoorn al heeft beslist met de integratie door te gaan en het stadsnet beter en nadrukkelijker onder de aandacht te brengen van de doelgroep.

 
 Gerichte communicatie essentieel
De Gelderse pilots hadden zowel betrekking op de koppeling van WMO- en openbaar vervoer, als op de inkoop- en loketfunctie. De provincie, die al sinds 2004 innoveert op Regiotaxi- en OV-gebied, is sinds vorig jaar bezig met een integratieproject van Regiotaxi en OV. Met betrekking tot WMO-gebruikers stelt de provincie dan ook met nadruk ‘collectief waar het kan, individueel waar het moet.’ Volgens Frank Buers is -ook op basis van de ‘Apeldoornse uitkomsten’- integratie van een deel van de doelgroep in het OV heel goed mogelijk. De Jong vond het “heel lastig om goed hard materaal te krijgen.” Apeldoorn toont aan dat daar winst is te behalen, maar het is gevaarlijk daarover nu al harde uitspraken te doen. Essentieel -en daar waren alle deelnemers aan het panelgesprek het roerend over eens- is goede, gerichte communicatie naar de doelgroep.

Kleine busjes: markt moet werk doen
Op de vraag van voorzitter Wim van Tilburg (KpVV) of er “mensen in de zaal zijn die van deze systemen gebruik maken of praten we er alleen over?”, merkte één deelnemer op dat het overgrote deel van de gebruikte (kleine) busjes allemaal een hoge vloer hebben. Waarop Buers antwoordde dat “Gelderland veel tijd en aandacht heeft besteed aan de aanpassing van klein materieel. Volgens ons moet de markt daarop inspelen en dat marktproces komt niet op gang.” Meteen vulde Gerard van Egmond (V&W) aan “dat dankzij Nederlandse inbreng dit punt van aan te passen klein materieel in het EU Groenboek Stedelijke Duurzaamheid is opgenomen. Maar om deze markt in gang te zetten, heb je een internationale aanpak nodig.” Andere discussiepunten: ‘Wat is een rolstoel?’ Horsman: “Er is geen uniforme definitie maar er zijn grenzen qua maat en gewicht.” “Is het nou OV of niet?” Buers: Als provincie en gemeenten samen geld in collectief vervoer als Regiotaxi steken, dan is het OV.” Volgens Van Tilburg is het beeld over het hele land echter zeer versnipperd.

Versterkte samenwerking

Wat kunnen we de komende tijd verwachten? De provincie-wijde uitdaging voor Gelderland is versterkte samenwerking en het meer richting geven aan de (uiteenlopende) ontwikkelingen. In Apeldoorn zijn alle 440 haltes aangepast en in de reizigersinformatie opgenomen. Er is altijd behoefte aan nieuwe ideeën en middelen om mensen op een verstandige manier tot een overstap op het OV te bewegen. En weliswaar zijn de VWS-pilots goed van de grond gekomen, maar er is -volgens AGV Movares- meer tijd nodig, net als (nog) andere partners. Daarop haakte Tjebbe Ypma (VWS) in met de opmerking dat “in het regeringsbeleid het primaire doel is dat het OV toegankelijk moet zijn voor iedereen.”“Er zal uiteraard een groep blijven die vanwege hun handicap nimmer in het openbaar vervoer kan. Voor hen blijft een specifieke vervoersvoorziening nodig. Bij de keuze hoe de bestaande specifieke vervoersregelingen te bundelen spelen vier criteria: het moet klantvriendelijk zijn, doelmatig, er moet een heldere verdeling van verantwoordelijkheden zijn en het moet bijdragen aan inclusief beleid.”Na de invoering van de WMO in 2006 maakten de gemeenten even pas op de plaats bij nieuwe plannen op het gebied van pilots met bundeling van vervoersregelingen. Er wordt nagedacht over tal van ideëen om de AWBZ op andere manier vorm te geven. Een van de opties is om gemeenten voor onderdelen verantwoordelijk te maken. In het coalitie-accoord van 7 februari 2007 stond dat er voorlopig geen verdere stappen in dit proces zouden worden gezet, maar werden wél stappen tot verbetering van de kwaliteit van de zorg en de maatwerkbenadering benadrukt. Het kabinet wil in overleg met het veld nieuwe zorg-concepten ontwikkelen. Relevante ontwikkelingen in het kader van bundeling van doelgroepenvervoer waren de pilots, de nulmetingen en de onderzoeksrapporten. Ook van belang zijn  het AWBZ-onderzoek door de SER en de ‘Radar’-heisa in de media over de kwaliteitsdaling in het vervoer van zieken en mensen met een mobiliteitsbeperking. Ypma: “Verschillende signalen werden echter in de media op één hoop gegooid: signalen van besparingen bij gemeenten, problemen bij een grote ziektekostenverzekeraar (Agis-WF), gebrekkige aansturing door Connexxion, kwaliteit van taxichauffeurs en aanrij- en omrijtijden die uit de hand liepen. De boventoon werd daarbij gevormd door de tegenstanders van marktwerking.” Die effecten van marktwerking worden overigens momenteel in een onderzoek door het ministerie van EZ tegen het licht gehouden.

Klantvriendelijker uitvoering
Uit de analyse van huidig onderzoeksmateriaal blijkt dat een vrij grote groep van de gebruikers van specifieke regelingen al mee kan met de lagevloerbus. Uit de ‘pilot inkoop’ blijkt dat er voordelen zijn te behalen uit professionele inkoop en samenwerking op regionale schaal. Ook zijn er synergiemogelijkheden tussen de loket- en de inkoopfunctie. VWS gaat zeker door met de pilots op het gebied van de organisatie en synergie bij gemeenten, maar ook de mogelijkheden bij AWBZ-vervoer en ziekenvervoer zijn nog lang niet onderzocht. In een tussenevaluatie is al gebleken dat er geen praktische bezwaren zijn tegen bundeling van het feitelijk vervoer en de loket- en informatiefuncties die daarmee samenhangen. Ook bleek dat een lager tarief of gratis OV kan helpen doelgroepers over de streep te trekken. “Maar”, zo waarschuwde Ypma, “er schuilt een gevaar in het je rijk rekenen door een verhoging van de combinatiegraad of een verhoging van de ritprijs.” Bij de overgang van de huishoudelijke verzorging vanuit de AWBZ naar de WMO zijn de verhoopte positieve effecten van marktwerking nog overschaduwd door actuele neveneffecten. De operatie heeft nog niet geleid tot de verwachte voordelen. In deze kabinetsperiode zal het daarom lastig worden om handen en voeten te geven aan besluiten rond de AWBZ als dat overgeheveld zou worden naar de WMO.

Zittend ziekenvervoer
Op dit moment is er bij de Nederlandse Zorgautoriteit een onderzoek gaande naar het zittend ziekenvervoer. “Daarover komen dus nog gegevens beschikbaar” zei Ypma. “Maar de beeldvorming rond het zorgvervoer is zodanig dat men in het huidige politieke klimaat wel twee keer nadenkt om nu al iets aan de WMO toe te voegen.” Wat kan nu? “Voor de burger moet er kwaliteitswinst behaald worden op het gebied van vervoer en vervoersvoorzieningen. Gemeenten kunnen samen met de gebruikersgroepen de essentiële kwaliteitscriteria vastleggen voor een klantvriendelijker uitvoering. Wat kan morgen? Zoek naar organisatorische synergie binnen de gemeente of met andere vervoersautoriteiten. Daarnaast is een onafhankelijke klachtenservice en kwaliteitscontrole van aanbesteding tot en met de uitvoering belangrijk.” Daarbij verwees Ypma naar het samen met VNG uitgebracht rapport ‘Sociaal bewogen aanbesteden.’ Wat is VWS van plan? Ypma: “Het aantal pilots uitbreiden. Sommige pilots die vastgelopen zijn, weer lostrekken. Nieuwe pilots ondersteunen. En samen met Verkeer en Waterstaat het beleid van toegankelijk OV goed vormgeven in de gelijke behandelingswetgeving.”

Spoor sneller toegankelijk?
En wat zijn de plannen specifiek voor bundeling doelgroepenvervoer? “Voor probleemoplossingen naar de gemeenten. En meer ruimte bij die gemeenten voor WMO-experimenten. Gratis OV ja, maar hoe werkt dat uit op het doelgroepenvervoer? Dat kun je niet één op één doorzetten in het doelgroepenvervoer. Gelijke groepen, gelijke behandeling, maar er wordt gemakkelijk voorbijgegaan aan belangrijke verschillen. Over het WVG-vervoer heeft de rechter totnogtoe altijd gezegd: wel een vergelijkbaar tarief rekenen als de mensen in het OV betalen, maar er zijn geen argumenten om bij WVG-vervoer het roze strippenkaarttarief te hanteren.” Vanuit de zaal werd opgemerkt dat de ‘Is de Regiotaxi OV?’-discussie daarbij ook speelt. Niet iedereen was het met Ypma eens. “Ik vind het niet zo handig van Ypma als hij vervoer als een zorgvoorziening definieert”, merkte Frank Buers op. “Dat is ook een leersituatie. Een lager of 0-tarief? Hoe werkt dat op langere termijn? Dat weet ik niet. Moeten we de Regiotaxi wel tot een echte vorm van OV maken of juist niet?”

Is de reis toegankelijk?
Volgens Gerard van Egmond (V&W) lééft de discussie over ‘Is de reis toegankelijk?’: “Er komen steeds meer implementatieplannen voor halte-aanpassing binnen, er was al een ‘Haltedag’ in Limburg en er komen meerdere elders in het land en de Kamer wil dat bekeken wordt of het spoor in plaats van 2030 al in 2018 volledig toegankelijk kan worden. Nog voor de zomer moet er van de minister een antwoord op deze ‘versnellingsvraag’ zijn. Het CROW bracht onlangs een rapport over toegankelijk collectief personenvervoer uit en werkt nu aan de toegankelijke inrichting van voertuigen en -later dit jaar- aan de inrichting van trams en metrostellen.”

In 2010 moet vrijwel de hele busvloot toegankelijk zijn. Landelijk moet in 2015 46% van de haltes toegankelijk zijn. Via de continue monitoring van het proces vindt die info zijn weg naar de reizigersinformatie. In principe komt die informatie beschikbaar in het publieke domein. Momenteel wordt gewerkt aan de opzet en bouw van een database. In de tweede helft van dit jaar volgt de implementatie.